Van olie naar offshore windenergie

Rotatie in de investeringsportefeuille: elke uitstap opent nieuwe perspectieven

Ackermans & van Haaren investeert met een perspectief op lange termijn. Dat betekent niet dat er geen rotatie in de investeringsportefeuille mogelijk is. Ook in het verleden kon dat. Maar elke uitstap opent nieuwe perspectieven.

 

I

n de video A Legacy of Value Creation zegt voorzitter Luc Bertrand: “Toen we in 1984 naar de beurs trokken, waren we vooral actief op het vlak van baggeren en boren naar olie.” Ackermans & van Haaren – van oorsprong een baggerbedrijf – was al langer op zoek naar diversificatie om de cycliciteit van de baggersector op te vangen. Als baggerbedrijf beschikte Ackermans & van Haaren over een uitgebreide vloot met tal van zeewaardige vaartuigen. Met die maritieme expertise was de stap naar offshore oliebooractiviteiten in 1958 niet zo onlogisch. Doorheen de jaren werden deze activiteiten verbreed naar de onshore oliedienstensector.

 

Forasol - Foramer - Forinter

Tien jaar voor de beursintroductie vertegenwoordigden de bagger- en maritieme werken veruit het belangrijkste gedeelte van de activa van Ackermans & van Haaren. Bij de beursgang van 1984 was dat nog maar 25 à 30 procent. In 1984 ontving Ackermans & van Haaren 5,75 miljoen euro aan dividenden uit de oliebooractiviteiten en slechts 0,89 miljoen euro uit de bagger- en maritieme werken. De jaren nadien bleken de oliediensten het echter moeilijk te krijgen en werd er jarenlang geen dividend meer uitgekeerd.

De namen Forasol, Foramer en Forinter zouden stilaan wegdeemsteren in de jaarverslagen van de onderneming. In het jaarverslag van 1994 lezen we nog: “Op de markt van olieboringen blijft het onevenwicht tussen vraag en aanbod bestaan. (...) In de loop van 1995 wordt geen gevoelige verbetering van de markt verwacht.” Een jaar later kon de aandeelhouder het volgende lezen: “De consolidatie van de offshore-industrie vertaalde zich gedurende het jaar 1995 in een verdere sanering van de markt. In dit verband hebben de twee aandeelhouders van de groep Forasol-Forinter (n.v.d.r. AvH bezat een participatie van 50%) besloten om hun participaties in booractiviteiten te hergroeperen onder een gemeenschappelijke maatschappij naar Nederlands recht: Forasol-Foramer NV. Deze herstructurering werd gefinaliseerd in april 1996.”

Met Pride naar Nasdaq

Beide aandeelhouders van Forasol-Forinter wilden in 1996 bijdragen tot de “onmisbare consolidatie van de sector”: enerzijds via een beursintroductie op Nasdaq om kapitaal te kunnen ophalen, en anderzijds door toenadering te zoeken met een collega in de boorindustrie. De introductie op de Nasdaq-beurs vond plaats in mei 1996 en ging gepaard met een kapitaalverhoging die “werd besteed aan de vermindering van de schuld van de groep Forasol-Foramer en aan de lopende investeringen”. Op 27 oktober 1996 werd een akkoord ondertekend met Pride Petroleum Service uit Houston, Texas, om beide groepen te verenigen. De gefusioneerde groep Pride werd op de Nasdaq International Market genoteerd en Ackermans & van Haaren had hierin een participatie van iets meer dan 8,3%. Ackermans & van Haaren besloot dit hoofdstuk in het jaarverslag 1996 als volgt: “Voor het jaar 1997 zijn de vooruitzichten van de nieuwe groep uitstekend, onder andere dankzij de opstart van nieuwe contracten (...).” Dit optimisme bleek in het jaarverslag 1998 al getemperd: “De grote volatiliteit van de wereldmarkt voor olie alsook van de oliewaarden op de beurs heeft de beurswaarde van onze financiële participatie in Pride International aangetast. De raad van bestuur heeft beslist hiervoor een waardevermindering te boeken van 12,4 miljoen euro.” Drie jaar later, in 2001, realiseerde Ackermans & van Haaren “een mooie meerwaarde op de verkoop van 900.000 aandelen Pride International.” Het einde van een uitstap in de oliesector...

 

Een nieuwe wind

Maar drie jaar later gloort er een nieuwe opportuniteit... In het jaarverslag 2004 wordt er in het hoofdstuk over DEME voor het eerst melding gemaakt van offshore windenergie: “Power@sea bundelt de knowhow van de DEME-groep wat betreft de ontwikkeling en de bouw van offshore-windmolenparken door in heel Europa, samen met gespecialiseerde partners, te participeren in concessies als mede-initiator en medeconcessiehouder. De eerste participatie van Power@sea is het C-Powerproject op de Thornton Bank, voor de Belgische kust. Power@Sea zal ook verantwoordelijk zijn voor het onderhoud na de voltooiing van het project. Ook een aantal offshoreprojecten in Frankrijk wordt actief geprospecteerd.” In de jaren daarop zal DEME uitgroeien tot de mondiale leider op het vlak van aannemingsactiviteiten voor offshorewindparken.