Naar Rosario!

De markt voor bagger- en hydraulische waterwerken heeft een internationaal karakter. Dat is zo vandaag, maar dat was ook al rond de wisseling van de 19e naar de 20e eeuw het geval. In 1903 werd Ackermans & van Haaren prominent actief in Latijns Amerika.

 

De haven van Rosario

In 1882 besloot de Argentijnse regering een haven te bouwen bij La Plata, ten zuidwesten van Buenos Aires. Het was een uitgelezen werkterrein voor tal van Nederlandse aannemers van waterbouwwerken. Hun successen gingen niet onopgemerkt voorbijaan Nicolaas van Haaren en Hendrik Willem Ackermans. Ook zij wilden de overstap naar Latijns Amerika wagen om deel te nemen aan dergelijke grote infrastructuurwerken.

Rond de eeuwwisseling vroeg de Argentijnse regering aan een Frans consortium om in Rosario aan de Paraná-rivier een haven te bouwen en uit te baten. Nicolaas van Haaren had met de Franse firma’s van het consortium al samengewerkt in België, waardoor hij als onderaannemer werd ingeschakeld. De onderneming stond in voor het baggeren van een diepe scheepvaartgeul, de aanleg van een lange dam, het indammen van een zijgeul en het maken van een oeverbekleding langs twee eilandjes in de rivier.

Er werden voor deze werken acht Rijnschepen en twee sleepboten gebouwd. Op 4 maart 1903 was het zo ver. Hendrik Willem Ackermans schreef in zijn dagboek: “Heden is de eerste zending werkvolk naar Rosario vertrokken.” Er zouden in het jaar daarop nog verschillende overtochten plaatsvinden om werknemers, materieel en baggerschepen naar Rosario over te brengen. Helaas verliep niet elke overtocht even voorspoedig. In januari 1904 verging het baggerschip Rosario II voor de Spaanse kust, waarbij alle opvarenden overleden. Eind mei 1904 reist Hendrik Willem Ackermans zijn personeel achterna naar Rosario, waar hij ontroerd werd begroet. Hij bezocht de werken op verschillende plekken in en rond Rosario. Op 25 juli 1904 keerde hij terug naar Antwerpen. De werken in Argentinië werden ter plekke opgevolgd door zijn schoonbroer Jacobus ‘Koos’ van Haaren. De eerste opdracht in Rosario werd in 1908 voltooid. Het baggerwerk omvatte 9 miljoen m3 zand, waarvan het grootste deel werd gebruikt voor terreinophoging. Er werd ook 60.000 m3 grind gebaggerd, waarvan de helft werd verscheept van Colón naar Rosario.

De kades van de Haven van Rosario.

 

 

Latijns Amerika: 57% van de groepsomzet

In die periode werkte de  Ackermans & van Haaren ook nog als onderaannemer voor de uitbreiding van de Haven van Buenos Aires en voerde ze ook elders in Argentinië havenwerken uit.

Ook na de eerste grote opdracht voor de Haven van Rosario, volgden hier nieuwe werkopdrachten. Zo moest er een nieuwe spoorweghaven in Puerto Belgrano worden aangelegd. Hiervoor baggerde de onderneming 8 miljoen m3 grond, die bijna volledig werd gebruikt voor de ophoging van het terrein. Het ene project volgde het andere op, voornamelijk in Rosario, maar ook voor andere havens in Argentinië en in andere Zuid-Amerikaanse landen.

Tegen 1913 was Latijns-Amerika al goed voor meer dan 57% van de omzet van Ackermans & van Haaren, die in die periode was opgeklommen tot de vierde plaats in de top van Franse, Duitse en Belgische aannemers van openbare werken, gerangschikt volgens omzet.

Het baggerschip 'Ensenada' in de Delta de Parana.

 

Organiseren en diversifiëren

Voor de projecten in Latijns-Amerika had Ackermans & van Haaren twee kantoren opgericht, in Buenos Aires en Rosario. Die hadden echter geen juridische basis. Alles was gebaseerd op praktische samenwerking en vertrouwen.

In die tijd waren er geen transport- en communicatiemogelijkheden die een snelle en adequate opvolging van de activiteiten in Latijns-Amerika vanuit Antwerpen ondersteunden. Het gebeurde vaak dat er op de hoofdzetel in Antwerpen geen recente cijfers over de activiteiten in Latijns-Amerika beschikbaar waren bij cruciale besprekingen. Ondanks de tussenkomst ter plekke van een aantal vertrouwenspersonen keek de onderneming in 1917 tegen een verlies van 1,7 miljoen US dollar aan voor de activiteiten in Latijns-Amerika. Dit leidde tot de oprichting in 1918 van de naamloze vennootschap naar Belgisch recht “Société Sud-Américaine H.W. Ackermans & H. Van Haaren”, met een duurtijd van 30 jaar en met de volgende bestuurders: Hendrik Willem Ackermans, Henri van Haaren en Johan van Baren. Drie weken na de oprichting van deze onderneming brak de Eerste Wereldoorlog uit.

Picnic met de werknemers in Rosario (Koos van Haaren,  met bolhoed, zittend in het midden op de tweede rij).

 

Na de Eerste Wereldoorlog waren havenuitbreidingen en waterwerken geen prioriteit meer voor de Argentijnse overheid. De SA Société Sud-Américaine H.W. Ackermans & H. Van Haaren werd geleidelijk omgevormd tot een investeringsmaatschappij. Niettegenstaande de economische problemen tussen beide wereldoorlogen, haalde de onderneming goede resultaten in die periode. Ook tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zorgde de diversificatiestrategie voor het voortbestaan van de vennootschap, die participaties had in Argentinië (metaal, textiel, landbouwmachines, vastgoed, chemie, keramiek), Marokko (vastgoed, bouw), Kameroen (brouwerij), Gabon (vezelplaten, financiële activiteiten) en Frankrijk (openbare werken, luchtvaart). De vennootschap werd, na eerdere verlengingen van de looptijd, stopgezet in oktober 1978. De resterende bezittingen in Argentinië werden verkocht.

Dit was het einde van een avontuur waaruit Ackermans & van Haaren de nodige lessen voor de toekomst trok, met voortzetting van de internationale oriëntatie en de diversificatiestrategie.