Van Kerkdriel naar Antwerpen

Van Kerkdriel naar Antwerpen (1876-1914)

Grote infrastructuurwerken in Nederland

Het partnership Ackermans & van Haaren onstond in Kerkdriel, Nederland. In de beginjaren was Ackermans & van Haaren voornamelijk actief in Nederland.

Ackermans & van Haaren heeft vanaf het onstaan van de onderneming in 1876 tot de eeuwwisseling meegewerkt aan de aanleg van verschillende spoorwegtrajecten in Nederland, onder andere aan de trajecten Arnhem-Nijmegen (1877-1879), Nijmegen-Venlo (1881-1883), Lage Zwaluwe-‘s Hertogenbosch (1882-1889) en aan de spoorbrug over de Ijssel in Deventer (1886-1887).

De onderneming was in die beginperiode ook betrokken bij talrijke belangrijke Nederlandse watewerken, waaronder de aanleg van het kanaal Gent-Terneuzen (1882) en het Merwedekanaal (1888). Dit vormde een fraaie voortzetting van het technische hoofstandje dat Nicolaas van Haaren tussen 1868 en 1872, samen met twee compagnons, had geleverd bij het maken van de pijlers voor de brug over het Hollands Diep bij Moerdijk, die toen de langste brug van haar soort was in Europa.

Ook bij de infrastructuurwerken voor het bouwen van Nederlandse forten was Ackermans & van Haaren een gewaardeerde aannemer. De onderneming stond bijvoorbeeld mee in voor de bouw van de nieuwe Hollandse Waterlinie, de forten rond Utrecht en de verdedingsgorldel van 135 km rond de Nederlandse hoofdstad, gekend als de Stelling van Amsterdam.

 

Maasgrind brengt AvH naar België

 

Rekening houdend met de verzuurde Franse-Duitse relaties na de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 besloot Belgiê tot de verdere uitbouw van de fortengordels rond Namen en Luik om zich te beschermen tegen mogelijke agressie tussen de twee Europese grootmachten uit die periode. Dit project werd genoemd naar luitenant-generaal Henri Alexis Brialmont, die eerder de forten rond Antwerpen had ontworpen. De uitvoering van dat plan werd toegewezen aan Franse aannemers, die voor de levering van grind (om beton mee te maken) een beroep deden op een aantal Nederlandse aannemers, waaronder Ackermans & van Haaren.

Deze opdracht was een opportuniteit voor de onderneming, die al vertrouwd was met de fortenbouw in Nederland. Voor Hendrik Willem Ackermans was het zijn eerste buitenlandse opdracht, die startte in hetzelfde jaar van zijn huwelijk met Elisabeth van Haaren. Hendrik Willem huurde een tijdelijke verblijfplaats aan de Leopoldplaats in Namen om de werken aan de forten rond Namen (in Malonne en Maizeret, foto) en rond Luik (in Pontisse en Barchon) van nabij te kunnen opvolgen. Aanvankelijk zette de onderneming 14 schepen in op de Maas voor het baggeren en lossen van grind. Dat aantal zou later nog verhoogd worden. Op 9 oktober 1889 kwam de Belgische koning Leopold II zelf kijken hoe de bouw van de forten evolueerde. In 1891 waren deze werken klaar.

 

 

 

Aanmeren in Antwerpen

Voortaan concentreerde de firma zich op de omgeving van Antwerpen. Tussen 1891 en 1893 verbeterde ze de Rupelmonding met baggerwerken op de Benedenschelde in Melsele en door dijken (rijswerken) te bouwen. Tussen 1894 en 1911 voerde ze normaliserings- en baggerwerken uit op de Zeeschelde tussen Antwerpen en de Nederlandse grens. Er werd 30 miljoen m3 slib gebaggerd. Hierdoor konden zeeschepen meteen groot laadvermogen de haven gemakkelijker bereiken. Daarnaast werden nog talrijke andere waterbouwwerken in de omgeving van Antwerpen uitgevoerd: de ophoging van terreinen voor industriële doeleinden, voor het bouwen van petroleumtanks en de aanleg van een stationsemplacement, het versterken van de kaaimuren in Antwerpen en de aanleg van de haven van Doel. In diezelfde periode voerde Ackermans & van Haaren ook werken uit aan het Kempisch kanaal (1902-1903), aan de nieuwe Noorderdokken (1903) aan het Houtdok (1908) en aan de verbreding van het Asiadok (1907-1910 - foto).

 

 

Behalve voor reguliere waterbouwwerken werd er ook in geval van hoge watersnood een beroep gedaan op Ackermans & van Haaren. Op 12 maart 1906 veroorzaakten extreme weersomstandigheden en een uitzonderlijk hoge vloed dijkbreuken en overstromingen langsheen de Schelde. Ackermans & van Haaren werd ingeschakeld om de bressen te dichten door een dam aan te leggen in de omgeving van de polderdorpen Kallo en Melsele.

Samenvattend voerde de onderneming tussen 1894 en 1912 bagger- en uitdiepingswerken uit op de plaat van Bath, aan de Zandvlietpas, de Valkenissepas, de ree van Hemiksem en de Rupelmonding, de plaat van Valkenisse, de kademuren aan de Herbouvillekade, van Antwerpen-Zuid, de plaat van Lillo, Krankeloon en de Palingplaat. (Ook buiten de regio Antwerpen werden al voor de Eerste Wereldoorlog belangrijke projecten uitgevoerd, zoals voor de uitbreiding van de havens in Brussel en Oostende).

 

Verankerd in Antwerpen

Het zand afkomstig van de baggerwerken die Ackermans & van Haaren tussen 1912 en 1923 uitvoerde in de Schelde, werd opgespoten opde Borgerweertpolder (foto banner), tussen de dorpskernen van Sint-Anna, Zwijndrecht en Burcht. Zo ontstond ‘Sint-Anneke-plage’ (foto). Door de onderbreking van de Eerste Wereldoorlog werd de overdracht van de Borgerweertpolder aan de Stad pas in 1923 goedgekeurd, waardoor Sint-Anneke-plage sindsdien officieel Antwerpen Strand werd genoemd: voor vele Antwerpenaars een aangenaam recreatiegebied in de zomer om er te zonnen en in de Schelde te zwemmen.

 

Op persoonlijk vlak, viel in die periode het overlijden van Nicolaas van Haaren te noteren op 30 augustus 1904 in Neersbosch, nabij Nijmegen (Nederland). Zijn zoon, Henri van Haaren woonde  toen al in Antwerpen, aan de Mechelse steenweg nummer 120. Ook het gezin van Hendrik Willem Ackermans had zich in de periode in de omgeving van Antwerpen gevestigd. Vanaf juni 1900 werd het kasteel van Niel gehuurd tot de verhuis naar kasteel Pulhof in Wijnegem in juli 1909. Het kantoor van de onderneming was dan al in Antwerpen gevestigd, aanvankelijk in de Edelinckstraat nummer 6 en daarna in de Willemsstraat.